Hoofdstuk 8. Mijn dagelijkse activiteiten

Hoofdstuk 8. Mijn dagelijkse activiteiten

Ik voel me hier inmiddels helemaal thuis. Ik woon hier nu een paar maanden en ik ben best gegroeid.
Ik ben een echte man aan het worden.
Al zeg ik het zelf.

Mijn routine zit er goed in. Nou ja… míjn routine dan.
Die van de baasjes verandert elke dag, maar dat is niet mijn probleem.

De eerste twee nachten heb ik flink gehuild.
En ja hoor: ze trapten erin.
Baasje en vrouwtje sleepten mijn bench naar de slaapkamer.
“Voor een paar nachtjes maar,” zeiden ze.
Tuurlijk.
De nachtrust woog ineens zwaarder dan hun opvoedprincipe: “Hij moet alleen kunnen zijn,” aldus vrouwtje.

Maar na een week besloten ze me toch weer naar de serre te verhuizen.
Eerlijk? Ik was blij.
Vrouwtje snurkt namelijk alsof ze een tractor warmdraait.
Ik sliep prima in mijn bench.
(Had ook op de bank gemogen van mij, maar ja… die deur ging dicht. Jammer.)

Toen ontdekte ik hun smerige plannetje:
Mijn wigwam zo klein mogelijk houden zodat ik, als ik moest plassen of poepen, er zelf in moest liggen.
Dat zou me wel afleren om binnen iets te doen.

Nou… één keer geprobeerd.
Daarna had ík het door.
En zij ook.
Gnagna.

Maar goed, ik ben nu een grote jongen en ik hou mijn plasje en poepje netjes op.

’s Ochtends hoor ik het meteen als ze wakker zijn.
Dan gaat mijn sirene aan:
JOEHOE! IK BEN OOK WAKKER!

Baasje moet dan naar beneden.
(Altijd baasje. Dat is de regel. Vraag me niet waarom.)
Hij haalt me uit de bench en dan begint het dagelijkse circus: de wisselwacht van het kattenbestand.

Want terwijl ík naar buiten moet om mijn benen te strekken, wil de ene kat juist naar binnen om te ontbijten, en de andere kat wil naar buiten om te controleren of de wereld nog steeds draait.

Dus baasje staat daar, half slapend, in zijn onderbroek, met één hand aan mijn halsband en de andere hand aan de deurklink, terwijl hij probeert te voorkomen dat:

Lucky naar buiten glipt terwijl hij eigenlijk binnen moet blijven,

Mimi (Iwy) naar binnen stormt alsof ze net achtervolgd is door een kattenjager...

Zoë op het kozijn blijft hangen omdat ze niet kan kiezen,

en ik… nou ja… ik word er gewoon uitgekieperd.

Want katten hebben of nemen voorrang. Dat is hier de regel. Ik ben slechts… tja… het hondje.

Het principe van “drie tot vier keer wandelen per dag” is al snel gesneuveld.
“We wonen niet voor niks zo groot,” zegt vrouwtje dan wijs.
(En eerlijk: wandelen aan een riempje was toch geen succes.)

Dus ik mag de HELE tuin in.
En de HELE wei.
Ik ben praktisch de burgemeester hier.

Mr. De Bok staat dan nog binnen in de stal.
Hij maakt me elke ochtend wakker door tegen de deur te schoppen.
Hij probeert me voor te zijn dat ik mijn sirene gebruik.
“He jongens daarbinnen, ik wil eten! Ik breek de boel hier af!”

Hij heet dus eigenlijk Larno (of Luitenant of de Bok..), maar wordt ook Schuppie genoemd.
Hij heeft al een hele achterwand en het beton kapot geslagen.
Nu staat er een ijzersterke wand.
Die zou niet kapot gaan.
Zou.

Schuppie heeft het geprobeerd.
Resultaat: een flinke barst en een heel pijnlijk pootje.
Pardon: been.
Hihihi.

Ik wandel dus 's ochtends dan op mijn gemakje mijn rondje door de wei.
Ik heb inmiddels veel bekenden.
En een paar vrienden.

Het duo Abel en Babel zijn inmiddels van die vrienden — twee halfslachtige gelukte Border Collies op leeftijd — Als je Abel en Babel ziet lopen, dan denk je meteen aan die twee oude mannetjes uit de Muppetshow… je kent ze wel, die op dat balkon zitten te mopperen op alles wat beweegt.

Nou, dát dus — maar dan in hondenversie.

Ze staan altijd samen bij het hek, net hoog genoeg om alles te zien en oud genoeg om overal iets van te vinden.

Abel is 8. Senior Babel is 12. Die hebben al heel wat brokjes achter de kiezen.

Abel knikt altijd — maar dat komt vooral omdat zijn nek zo stijf is dat hij niet anders kán. Babel praat. Altijd.

Als ik ze zie dan storm ik naar het hek toe: Ik volg ze de hele omtrek van het weiland.

Dan hup het trapje op naar de tuin.
Daar volg ik ze weer.

Ik heb mijn stappenteller eens bekeken:
Eén zo’n rondje is 250 meter.
(Oké, naar boven afgerond.)
En dat tig keer per dag.

Je zou denken dat ik atletisch zou worden....
Maar misschien ligt het aan mijn dieet:
Kattenvoer, paardenbrokken en duur voer van een “dierenartsmerk”.
Volgens vrouwtje dan.

Hun baasje is altijd met zijn telefoon in zijn hand. Altijd scrollend. Altijd half aanwezig. En dat is precies waarom wij alle tijd van de wereld hebben om te kletsen. Hij staat daar maar… te swipen. En wij bespreken het leven.

Vandaag hadden we weer zo’n momentje.

“Zo jongen,” zei Babel, “weer aan het crossen alsof je achtervolgd wordt door een kudde koeien?”

“Training,” zei ik trots. “Voor… eh… snelheid.”

Abel knikte. (Al knikt hij ook als hij slaapt.)

Babel keek me aan. “En moet je dan weer poepen zodra je rent?”

Ik zuchtte. “Ja. Dat gebeurt gewoon. Mijn darmen denken dat rennen hetzelfde is als loslaten. Ik kan er niks aan doen.” Volgens mij komt het door dat zogenaamde "goede dure voer" van het vrouwtje!

Abel knikte weer. 

“Bij mij is het andersom,” zei hij. “Ik kan pas poepen als ik stilsta. Maar ja… ik kan ook niet meer omkijken of het gelukt is.”

Ik keek naar hem. “Maar hoe weet jij dan of jouw poep gelukt is, als je niet eens kunt omkijken?”

Abel knikte. “Dat voel je toch.”

Ik wilde nog iets zeggen, maar toen voelde ik het alweer opkomen. Nummer 2. Plots. Onvermijdelijk.

“Nou jongens,” zei ik, “ik moet even… eh… ”

Abel knikte. Babel keek weg. En ik liet het vallen waar ik stond.

Want als ik dan zo hard van start ga en ik cross weg…
Oei.
Dan moet ik soms ineens heel nodig nummer 2.
Maakt niet uit waar ik ben:
Ik stop.
Ik laat het vallen.
En ik ren weer verder.
Geen tijd te verliezen.

De baasjes noemen me ook al "Shittie" en "Ruftie" en "Vieze Stinkhond".
Of Pissie.(een plasje hier en een plasje daar) 
De lijst is lang.

Na tig keer geroepen te zijn door baasje — deur open, deur dicht, weer open, weer in de kou staan — kom ik een keer naar binnen.

Dan eerst: hap hap brokjes eten.
(De kattenbrokken staan inmiddels op tafel. Flauw.)

En dan…
Word ik als een prins naar boven gedragen.
Ik mag bij vrouwtje op bed liggen.
Die heeft dan al koffie van baasje.
Wat een luxe hier.

Ik snuffel, knuffel, speel wat…
En val dan weer in slaap.

“Ach, hij wil dit toch zo graag. Dat kunnen we hem toch niet afnemen,” zegt vrouwtje dan.
En hij is toch goed ontwormd en vlo-vrij…


Maar ik heb wel poep aan mijn pootjes van het rennen net in de wei!



Wil je geen nieuw hoofdstuk missen: Volg ons op instagram om updates te krijgen:https://www.instagram.com/funskedecorgie

Pssst… er is meer. Vrouwtje heeft een betaalde rubriek: Aan het hek – De geheime verhalen. Daar vertel ik (Funske) wat er écht gebeurt bij het hek. Met 4 extra verhalen, sappige praktijkroddels, educatieve uitleg (bah), én recht op een gratis e‑mail-, chat- of videoconsult t.w.v. €35,00.

Reacties