Hoofdstuk 6. Larno, De Bok.
Ik heb iets ontdekt.
Iets belangrijks.
Iets levensreddends.
Ik spreek paardentaal!
Wel zo handig als je met een levensgrote bedreiging te maken
hebt.
Een kat kan ik wel aan.
Kattentaal interesseert me niet. Dat is vooral blazen, grommen en doen alsof ze
belangrijk zijn.
Maar een paard…
Dat is een ander verhaal.
Dus dat ding wat in die wei stond?
Dat enorme bruine monster?
Dat is dus een paard.
Larno.
Zegt vrouwtje altijd met zo’n verliefde blik.
Alsof ze het over een filmster heeft.
Of een godheid.
Hij is iets met ijzer en iets met het leger. Ferro met Marinier? En officieel heet hij Luitenant?
Ik snap er niks van.
Maar blijkbaar komt hij ook uit het leger.
Net als ik. Met mijn bijnaam “de tank”.
Larno…
Ik moet het toegeven…
is een gracieus, statig wezen.
Zo’n type dat altijd goed op foto’s staat.
Zelfs als hij niest.
“Hij staat mooi in de wei hè?” zegt vrouwtje dan tegen
baasje.
Elke.
Keer.
Alsof hij een kunstwerk is.
Nou, zo behandelt ze hem ook.
Er mag NIKS aan gebeuren.
Als hij een scheet laat, belt ze bijna de dierenarts.
Oh wacht… dat is ze zelf.
Maar Larno — ook wel “de Bok” genoemd (NIET met CK) — is een
eigenwijze doordouwer.
Mijn vrouwtje heeft er haar handen vol aan.
Soms komt ze huilend van Larno af.
Dan heeft hij haar weer laten werken alsof ze in een bootcamp zit.
En dan doet hij net alsof hij het niet begrijpt.
Hij kent het klappen van de zweep echt wel.
Hij is slim.
Te slim.
Dat is het probleem.
Voor zo groot als hij is, is hij toch ook een beetje dom.
Hij zou mijn vrouwtje er zo af kunnen gooien.
Maar dat doet hij niet.
Hij zegt dat hij haar gewoon graag een beetje pest.
Zoals geen zadel op willen. En dan hard wegrennen.
Of weigeren naar de struiken te gaan omdat er een fazant zit.
Of een hap nemen als ze niet oplet.
Ik leerde met hem praten toen ik voor zijn stal stond te
snuffelen.
En zijn brokjes aan het opeten was.
(Die lust ik ook. Moet hij maar niet zo knoeien met zijn grote kop als hij
staat te herkauwen.)
Maar opeens voelde ik mijn staart in de lucht getrokken
worden.
Mijn mooie vlag.
Mijn trots.
Piep piep, zei ik nog.
“Ach, stel je niet zo aan,” zei hij.
“Ik versta je wel. Ga weg onder mijn neus. Je bederft mijn eetlust. Je stinkt
naar… hond. Bah. Hihihihi.”
Nou, toen was duidelijk dat we elkaar wel verstonden qua taal,
maar dat daar ook alles mee was gezegd.
Ik loop nu maar met een grote boog langs zijn deur.
Ik zie hem dan al loeren.
Zo’n blik van: “Kom maar dichterbij, kleintje.”
Doe ik dus niet.
Als hij weg is, eet ik lekker de brokjes van de grond.
En wat mest.
Jamjam.
(Ik eet echt alles hè?)
Hij is blijkbaar ook jaloers op de aandacht van vrouwtje voor mij.
Want pas liepen vrouwtje en ik langs het weiland om te oefenen met mij aan het
riempje lopen.
(Aan de riem??? Gewoon los ja.)
Ze bukt zich om mij aan te koppelen.
En hap —daar nam Larno een hap uit haar rug.
Aiai.
Vrouwtje had pijn.
En was echt boos op hem.
Echt boos.
Niet “stoute kat”-boos.
Maar “ik ga je verkopen aan een circus”-boos.
Ik heel lief kusjes geven aan vrouwtje.
Zo weer een voorsprong. Ik stijg in rang, van soldaatje naar korporaal.
Nog even en ik krijg ook een stal.
Niet slim van je, Bok.
Wil je geen nieuw hoofdstuk missen: Volg ons op instagram om updates te krijgen:https://www.instagram.com/funskedecorgie
Pssst… er is meer. Vrouwtje heeft een betaalde rubriek: Aan het hek – De geheime verhalen. Daar vertel ik (Funske) wat er écht gebeurt bij het hek. Met 4 extra verhalen, sappige praktijkroddels, educatieve uitleg (bah), én recht op een gratis e‑mail-, chat- of videoconsult t.w.v. €35,00.


Reacties
Een reactie posten