Hoofdstuk 3. De ophaaldag

 

Hoofdstuk 3. De ophaaldag

Vier weken later.
Vier.
Weken.
Dat is voor een pup ongeveer drie reïncarnaties.
Maar ik had me er prima doorheen geslagen: buikje rond, pootjes stevig, en — al zeg ik het zelf — de grootste van het stel.
Ik speelde, ik rende, ik maakte kabaal.
Ik had het hoogste woord in de kennel.
En eerlijk?
Ik was mijn potentiële baasjes alweer vergeten.
Het leven gaat door, hè.

Maar dan opeens… staan er twee mensen voor de kennel.
Helemaal ohhh en ahhh en vertederd te kijken naar ons.
“Wie is het nou? Ik herken hem niet eens meer!”
Ja, logisch.
We renden allemaal door elkaar als een stel losgeslagen stofzuigers met pootjes.
Mijn vrouwtje kreeg meteen weer dat gezicht van: “Straks neem ik de verkeerde mee, straks wordt er de verkeerde door mijn neus geboord.”
(Ze is dierenarts, maar soms ook gewoon een mens, hè.)

Maar ik herkende ze wél.
Tuurlijk.
Ik ben niet gek.
Dus ik dacht: “Hee jongens, ik ben weg hè. Ik ga met mijn baasjes mee. Houdoe!”
(Zoals ze dat in Brabant zeggen. Wist ik veel dat ik later óók nog Limburgs moest leren. Haije wah.)

Ik liep dus heel resoluut naar de deur.
En toen hoorde ik:
“Oh, dát is ‘ie! Wat is ‘ie gegroeid!”
Gegroeid, ja.
Te zwaar, bedoelde mijn vrouwtje met haar kritische dierenartsenblik.
Maar dat zei ze natuurlijk niet hardop.

De deur ging open.
En ik stortte me in hun armen.
Vol overgave.
En ja… misschien liet ik een enthousiast plasje achter op baasjes schoen.
Kijk, emoties zijn moeilijk te reguleren als je 1 kilo weegt.

Na wat formaliteiten — bla bla bla, papieren, bla bla bla, vragen — konden ze niet wachten om me in de auto te krijgen.
Ik mocht bij vrouwtje op schoot zitten, in een mandje voorin.
Nou, ik was compleet overspoeld door indrukken.
Ik moest álles inspecteren.
Dus ik duwde met mijn neus tegen alles aan: dashboard, raam, gordel, trui van vrouwtje, haar armen…
Ongerust zei ze tegen het baasje:
“Is hij blind of zo? Waarom duwt hij zo met zijn neus?”
(Dierenarts, hè.)

Later noemden ze me daarom ook “fopneus”.
En toen kwamen Bassie en KlukKluk er ook nog bij.
Maar goed, dat is een ander hoofdstuk.

Na een paar stevige verwensingen van vrouwtje richting baasje — iets met te snel rijden, te scherpe bochten, en dat ik moest kotsen — kwamen we eindelijk aan. (na drie keer mijn ontbijt uitgespuugd te hebben)
Het laatste stuk van de weg hobbelde en slingerde zo erg dat ik dacht dat ik in een achtbaan zat.
Maar toen…
Toen waren we er.

Mijn nieuwe huis.
Mijn nieuwe roedel.
Mijn nieuwe wigwam.

KlukKluk is thuis.
(En Bassie. En Domme Hond. En De Tank. En Corgie. En… ach, laat maar. Ze verzinnen toch elke week wat nieuws.)

 

Pssst… er is meer. Vrouwtje heeft een betaalde rubriek: Aan het hek – De geheime verhalen. Daar vertel ik (Funske) wat er écht gebeurt bij het hek. Met 4 extra verhalen, sappige praktijkroddels, educatieve uitleg (bah), én recht op een gratis e‑mail-, chat- of videoconsult t.w.v. €35,00.

Reacties